Fundamenteel en klinisch onderzoek

Coen GhoDe research-afdeling van het Hair Science Institute houdt zich specifiek bezig met het ontwikkelen van nieuwe methodes van haarrestauratie en het perfectioneren van de HASCI-methode. Door het onderzoek voort te zetten binnen Hair Science Institute wordt deze innovatieve methode steeds verder ontwikkeld. Tijdens deze onderzoeken werkt Hair Science Institute nauw samen met specialisten die verbonden zijn aan andere onderzoekcentra en (academische) ziekenhuizen, zoals Prof. Dr. Neumann van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. De resultaten die voortkomen uit deze samenwerking worden regelmatig gepubliceerd in diverse wetenschappelijke en medische tijdschriften.

Sinds 1996 is drs. C.G. Gho bezig met fundamenteel onderzoek naar celculturen en geplukt haar. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het British Journal of Dermatology. In deze publicatie werd geopenbaard dat verschillende delen van de haarfollikel stamcellen bevatten die haargroei kunnen induceren. Er werden stamcellen aangetroffen vanaf de talgklier tot aan het lagere deel van de haarfollikel. De resultaten van dit onderzoek hebben voor een aantal belangrijke veranderingen gezorgd op het gebied van haartransplantatie die de basis vormen voor de ontwikkeling van de HASCI-methode.

Ten eerste kon geconcludeerd worden dat niet de gehele follikel nodig is om elders haargroei te regenereren. Alleen het bovenste deel van de follikel is al genoeg om haargroei te induceren. Ten tweede bleek dat ook het resterende deel van de haarfollikel voldoende is om hergroei te realiseren in het donorgebied. Dit betekent dat een haarfollikel twee nieuwe haren kan produceren op twee verschillende plekken. Niet de gehele stamcelpopulatie is noodzakelijk om normale haargroei te bewerkstelligen. Als een klein gedeelte van de follikel in het donorgebied blijft, kan het een nieuwe haar regenereren, zelfs wanneer het grootste deel van de follikel is verwijderd.

Een van de meest opmerkelijke en meest interessante bevindingen is de zogenaamde ‘Pili Multigemini’. Dit is een fenomeen waarbij zich uit één follikel twee of meer follikels ontwikkelen. In een normale follikeleenheid zijn twee tot drie follikels aanwezig. Deze follikels zullen twee tot drie normale haren produceren. Bij verschillende studies werd opgemerkt dat waar één of twee hogere delen van de follikels worden geïmplanteerd, gemiddeld 2,5 haren geregenereerd worden. Nieuwe inzichten laten zien, dat het ook mogelijk is om de haren longitudinaal te verdelen met speciaal ontwikkelde naalden, in plaats van de haren te scheiden in twee delen (hoger en lager deel). Het voordeel van deze techniek is dat meer weefsel achterblijft in het donorgebied, waardoor meer haren in het donorgebied behouden kunnen worden.

Door de haarschacht als leidraad te gebruiken is het mogelijk om een minuscuul stukje weefsel, dat een deel van de haarstamcellen bevat, te extraheren van de haarfollikel. Door het gebruik van een speciaal medium, door Coen Gho ontwikkeld, kunnen deze stamcellen na extractie beter gepreserveerd worden. Tevens zijn er speciale instrumenten en materialen ontwikkeld, zoals een naald met een diameter van 0.5 tot 0.6 millimeter en een lengte van 5 tot 6 millimeter. Hierdoor is het onmogelijk om te veel weefsel te extraheren en is de kans op littekens nihil door de zeer fijne naald.

De toekomst van haarstamcel transplantatie

Werken met fijne naalden, en minimale grafts betekent ook dat alleen fijne handen met uitstekende controle over de motoriek dit arbeidsintensieve werk kunnen verrichten. Gezien dit arbeidsintensieve karakter van de HASCI-methode wordt met diverse onderzoeksgroepen onderzocht of een deel van het proces zou kunnen worden geautomatiseerd. Zo wordt nu onderzocht of het mogelijk is bepaalde instrumenten te ontwikkelen die op de micrometer nauwkeurig kunnen werken en op deze manier delen van het proces kunnen overnemen. Om de haarvermenigvuldigingstechnieken in de toekomst nog verder te ontwikkelen wordt er ook onderzoek gedaan naar het kweken van nieuwe haarfollikels die dan als grafts kunnen worden gebruikt. Ook al zijn de resultaten veelbelovend, ze zijn nog niet consistent genoeg om haargroei te garanderen, maar laten wel zien hoe dynamisch Hair Science Institute is.

Een derde nieuwe ontwikkeling is de Injectiemethode. Deze methode komt voor een groot deel overeen met de HASCI-methode, maar de implantatietechniek maakt het grote verschil. Bij de HASCI-methode worden de stamcellen met een naaldje geïmplanteerd in van te voren gemaakte minuscule gaatjes. Bij de Injectiemethode daarentegen, worden de stamcellen rechtstreeks in de huid geïnjecteerd zonder dat er van tevoren gaatjes gemaakt worden. Hierdoor kunnen de haarstamcellen nóg dichter bij elkaar geïmplanteerd worden. Bij de HASCI-methode is de implantatieafstand 0,2-0,3 millimeter en bij injectiemethode is dat 0,1 millimeter. Dankzij de grote verfijndheid is deze methode nog nauwkeuriger. Een ander groot voordeel is dat er nauwelijks nog sprake is van een herstelperiode door het ontbreken van wondjes.

Ten slotte is deze nieuwe techniek ideaal voor brandwondenslachtoffers. Verlittekende huid van brandwonden kent een slechte doorbloeding, wat voor problemen kan zorgen bij andere haartransplantatiemethoden. De Injectiemethode heeft echter geen bloed nodig voor de genezing omdat er simpelweg nauwelijks of geen sprake is van wondjes. Het onderzoek naar deze nieuwe methode is zeer veelbelovend en wij hopen dan ook in de toekomst snel deze behandeling te mogen aanbieden in onze klinieken.

Naast onderzoek naar nieuwe behandelmethodes doen we bij Hair Science Institute ook onderzoek op het gebied van pluripotentheid van de haarstamcel. Een pluripotente cel is in staat om alle cellen te vormen die een individu bezit. Zo zijn we bijvoorbeeld sinds kort in staat om haarstamcellen uit zogenaamd geplukt haar te manipuleren in een laboratorium zodat ze uit kunnen groeien tot zenuwcellen. Pas als we een manier hebben gevonden om dit te bewerkstelligen kunnen we onderzoeken hoe we dit in een transplantatiemethode zouden kunnen toepassen

Haarstamcel transplantatie, ook wel PL-FUT genoemd in de wetenschap

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde delen van een haarfollikel stamcellen bevatten die nieuwe haargroei induceren. Partial Longitudinal Follicular Unit Transplantation (PL-FUT), ook wel de HASCI-methode genoemd, is een innovatieve haarstamceltransplantatietechniek waarbij maar een deel van de haarfollikel wordt geëxtraheerd. Deze techniek maakt het mogelijk om folliculaire stamcellen achter te laten in het donorgebied nadat de follikel deels is geëxtraheerd. De grafts worden geëxtraheerd met een speciaal ontwikkelde naald. Hierdoor kan er na implantatie nieuw haar groeien in het ontvangstgebied en het donorgebied.

Met eenzelfde naald als waarmee de grafts geëxtraheerd zijn wordt ook het ontvangstgebied geprepareerd: er worden minuscule gaatjes geprikt op de plaatsen waar nieuwe haargroei gewenst is. Als laatste worden de geëxtraheerde grafts in het ontvangstgebied geïmplanteerd. Omdat de gaatjes in het ontvangstgebied met hetzelfde instrument worden gemaakt waarmee de grafts geëxtraheerd zijn uit het donorgebied, passen de grafts precies in de gaatjes waardoor een snelle genezing mogelijk is. Binnen 5-7 dagen is het behandelgebied volledig genezen.

Bij deze haarstamceltransplantatietechniek is het van groot belang dat er precies genoeg weefsel wordt weggehaald tijdens het extraheren van de grafts. Als er te weinig weefsel weg wordt gehaald groeien er geen nieuwe haren in het ontvangstgebied, maar als er te veel weefsel wordt weggehaald dan zal er geen hergroei plaatsvinden in het donorgebied. Het gebruik van speciale instrumenten maakt het echter feitelijk onmogelijk om te veel of te weinig weefsel van de haarfollikel te extraheren.

Doordat er hergroei plaatsvindt is het mogelijk cliënten te behandelen die maar een kleine hoeveelheid donorhaar hebben, zoals bijvoorbeeld vaak het geval is bij brandwondpatiënten. Daarnaast kan dankzij de kleine maat van de grafts een hogere haardichtheid bereikt worden zonder enige vorm van littekens. Omdat de wondjes zo minuscuul zijn en er geen sprake is van littekens kunnen ook gebieden worden gerestaureerd die voorheen niet behandeld konden worden, zoals de wenkbrauwen en snor- en baardgebied.