"Haartransplantatie nieuwe stijl" - Elsevier

‘We verplaatsen niet de hele haar, maar slechts een deel ervan.’ - Arts en onderzoeker Coen Gho

Veel Nederlanders gaan gebukt onder haarverlies. Het haar wordt dunner en valt uit. Bij vrouwen boven op het hoofd, bij mannen worden de inhammen aan de zijkant van het hoofd groter en ontstaat een zichtbare kruin bovenop. Alopecia androgenetica is meestal de oorzaak, ofwel erfelijke kaalheid. Medicijnen kunnen het proces tot nu toe alleen maar vertragen.

Voor wie zich daaraan stoort, is haartransplantatie een optie. Daarbij worden haartjes uit het achterhoofd weggehaald en naar de kale plekken getransplanteerd. Tot enige tijd geleden was dat een intensieve ingreep. De haartjes werden uit de hoofdhuid gestanst en teruggezet op de kalende plekken.

Een nieuwe technologie is minder ingrijpend, legt arts en onderzoeker Coen Gho (49) van het Hair Science Institute uit. Hij ontwikkelde de methode Partial Longitudinal Follicular Unit Extraction. Met deze technologie — gepatenteerd als de HASCI-methode, naar het instituut vernoemd — wordt niet de hele haar verplaatst, maar slechts een deel ervan. ‘Uit de stamcellen van de donorhaar wordt als het ware een nieuwe haar gecreëerd,’ legt Gho uit. ‘Door ons onderzoek naar de lokale stamcellen van de haarwortel, vonden we een manier om met heel fijne instrumenten een aantal van die cellen weg te halen. De haarwortel van de donorhaar blijft daarbij intact.’ 

Ontwikkeld voor brandwonden

Gho ontwikkelde de technologie om bij mensen met brandwonden de haargroei te herstellen, maar de methode biedt andere klanten ook voordelen. Door de zeer fijne instrumenten is de behandeling veel minder ingrijpend dan een normale haartransplantatie. Bovendien worden er geen volledige haren verplaatst, waardoor het aantal haren op het hoofd toeneemt.

‘Door het gebruik van zeer kleine naalden is de behandeling nagenoeg pijnloos,’ aldus Gho. Hij vergelijkt het met bloedprikken. Klanten krijgen wel een verdoving, omdat tijdens de behandeling gemiddeld zo’n tweeduizend haartjes worden verplaatst. Maar ze kunnen dan gewoon op hun tablet e-mail wegwerken of films kijken. ‘In de praktijk valt zeventig procent van de mensen in slaap,’ merkt Gho.

De behandeling duurt een dag. ’s Ochtends worden de haardeeltjes weggehaald en na de lunch teruggeplaatst. De klant verlaat de kliniek met kleine haartjes, die na negen maanden voor een natuurlijke haardos zorgen. Gho ziet een toename in het aantal klanten dat zich meldt voor een behandeling, zowel mannen als vrouwen. Klanten zijn bovendien jonger en laten zich in een vroeg stadium behandelen. ‘Ze willen voorkomen dat hun kaalheid zichtbaar wordt.’

Realistische verwachtingen

Klanten krijgen eerst een consult bij het Hair Science Institute, waarbij na een diagnose hun wensen in kaart worden gebracht. Naast hoofdhaar kunnen ook wenkbrauwen, snor- en baardhaar worden getransplanteerd.

Gho en zijn team willen in het gesprek vooral realistische verwachtingen wekken. ‘Er zijn veel variabelen, de ene haardos is de andere niet. De resultaten verschillen bij donker, grijs, dik of fijn haar.’ Behandeling van mensen met kroeshaar is nog niet mogelijk — door het opgerolde cellenmateriaal in het haarzakje is transplantatie zelden succesvol.

Het onderzoek naar de stamcellen door Gho en zijn team gaat ondertussen door. Dat richt zich onder andere op verbetering van de oplossing waarin de geoogste cellen worden bewaard tijdens de behandeling. Het middel geeft de cellen een stimulans, waardoor ze na transplantatie sterke haren vormen. Maar ook de ontwikkeling van nieuw instrumentarium om de cellen van de haren los te maken is veelbelovend. Gho: ‘Op termijn moet het mogelijk zijn om uit één haar meerdere haren te laten groeien. Daar experimenteren we nu al mee.’